Ninke Happel maakt van goed wonen haar missie

Goede gezinswoningen middenin de stad, dat is waar architect Ninke Happel met het Rotterdams Woongenootschap naar streeft. Want "het is er simpelweg niet."

Een ingekorte versie van dit artikel verscheen in de Uitagenda van juni 2017 (nr. 98, jaargang 11).

Voor het huis van een architectenduo zijn er weinig zichtbare ingrepen gedaan. Het is mooi van zichzelf en eert de authentieke details. En juist die details mist Ninke Happel (architect en mede-eigenaar bureau Happel Cornelisse Verhoeven) in de huidige nieuwbouwwoningen. Mede daarom richtte ze het Rotterdams Woongenootschap op. Ze woont zelf met haar partner (ook architect) en dochters Joeke en Renna in een drielaagse jaren twintig bovenwoning in het Liskwartier. Met 180 m2 is er genoeg ruimte, maar: “het is wel onhandig, zo’n bovenwoning met krappe opgang en zonder buitenruimte.”

Het Rotterdams Woongenootschap

Ninke Happel is initiator van het Het Rotterdams Woongenootschap, een coöperatieve vereniging waarmee ze gezinsappartementen wil bouwen, onderhouden en verhuren middenin Rotterdam. Want precies daaraan ontbreekt het in de stad. Woont ze zelf dan zo slecht? “Nee hoor, helemaal niet. Maar de mogelijkheid om door te groeien is er hier niet.” Het was dus een gelukje dat ze – krap twee jaar nadat ze hun appartement in het Liskwartier kochten, in 2004 – het bovengelegen appartement erbij konden kopen. Nu, 13 jaar en twee dochters verder, houdt ze het woningaanbod binnen de ring goed in de gaten, maar een comfortabele gezinswoning binnen haar budget en in de stad kwam ze nog niet tegen. Dus nam ze het heft in eigen hand. Niet alleen voor zichzelf, maar voor de stad en diens gezinnen.

“Ik mis woonkwaliteit en detaillering in veel nieuwe woningen”

 

“Mijn vader heeft als beeldend kunstenaar oog voor schoonheid in alledaagse objecten, zoals de ringen van wijnvaten. Deze mocht ik hebben, hij is extra mooi vanwege de bijzondere sluiting.”

 

Gezinsappartement

“We hoeven geen gezinswoning met tuin aan de rand van de stad. Het is een misvatting dat je niet goed kunt wonen in een stadsappartement met een gezin. In andere wereldsteden is het gezinsappartement veel meer geaccepteerd,” vertelt Ninke. De Genossenschaften in Zürich noemt ze als goed voorbeeld. “Daar verenigden inwoners zich in genootschappen, bij gebrek aan aantrekkelijke en betaalbare stedelijke woningbouw. Leden kochten met eigen geld een aandeel in de nieuwe woongebouwen en kregen in ruil daarvoor woonrecht op een fijne plek in de stad.” Het Rotterdams Woongenootschap is er straks dus niet voor mensen die hun geld graag investeren in een eigen huis. Wel voor mensen die goed en betaalbaar willen wonen, met gemeenschappelijke ruimtes en kwalitatief hoogwaardige woningen. 

Het huis van Ninke oogt rustig. “We houden van leegte en kopen niet veel nieuws. De bank van Martin Visser was destijds een grote uitgave, klassiekers behouden hun waarde.”

Kiloknallers

Ninke pleit voor meer kwaliteit in de architectuur van nieuwe Rotterdamse woongebouwen. “Nieuwbouwwoningen bestaan vaak enkel nog uit onafgewerkte kubieke meters, zonder aandacht voor het interieur. In dit soort woningen, uit de jaren twintig en dertig, zitten inbouwkasten met prachtige detaillering die je in nieuwe huizen niet meer ziet. Dat is zo jammer.” Daar hoopt ze met het Rotterdams Woongenootschap verandering in te brengen.

 

Souvenirs en andere memorabilia bewaren ze in een oude vitrinekast. Een zelfgesneden stempel met de familienaam, het bronzen geboortjekaartje van Ninke, een trouwfoto van haar ouders, knutselwerken van de kinderen en schelpjes uit India: bij alles hoort een mooi verhaal.